Deiktische elementen in Ombule (Wambule) Rai

Abstract. By Jean Robert Opgenort, 1999. Paper presented at the Algemene ledenvergadering van de Vereniging van Zelfstandige Vertalers. Teylers Museum, Haarlem, The Netherlands, 15 October 1999.

Jean Robert Opgenort is verbonden als beschrijvend taalkundige aan het Himalaya-Talenproject van de Vakgroep Vergelijkende Taalwetenchappen aan de Faculteit der Letteren, Rijksuniversiteit Leiden. De beschrijvende taalkunde is die tak van de taalwetenschap die zich bezighoudt met het beschrijven en in het bijzonder het vastleggen van talen die nog geen geschreven vorm kennen, die niet of nauwelijks beschreven zijn. Het doel van Opgenorts onderzoek is het schriftelijk vastleggen van de grammatica van het Ombule. Het Ombule is de naam van een Kiranti taal die wordt gesproken in Oostelijk Nepal. De Kiranti talen zijn leden van de Noordwestelijke subtak binnen de Oostelijke hoofdtak van de Tibeto-Birmaanse taalfamilie, waartoe ook het Chinees en het Tibetaans behoren.

In deze lezing zult U kennis nemen van een aantal opvallende grammaticale kenmerken van het Ombule, zoals een duidelijk afwijkend naamvalssysteem, de afwezigheid van de grammaticale categorie ‘tijd’ en het belang van de categorieën ‘modus’, ‘persoon’ en ‘getal’. Tamelijk karakteristiek voor het Ombule is bovendien de ruimtelijke subcategorisatie van een groot aantal zogenoemde ‘deiktische’ elementen. Wanneer taal wordt gesproken, gebeurt dit op een specifieke locatie, op een specifiek tijdsstip, wordt dit geproduceerd door een specifieke persoon en word het (meestal) gezegd tegen een specifieke andere persoon of personen. Alle natuurlijke talen hebben vormen (‘woorden’) die een bepaalde taaluitingen verbinden met de persoonlijke, ruimtelijke en tijdscontext. Dit verbinden heet deixis.

In het Ombule maakt een groot aantal deictische woorden een onderscheid tussen drie ruimtelijke posities die een gegeven entiteit kan innemen ten opzichte van een gegeven referentiepunt, namelijk ‘boven’, ‘horizontaal’ en ‘beneden’. Dit onderscheid is uiterst fundamenteel en even belangrijk (maar dus wel anders van aard) als de grammaticale categorie ‘geslacht’ in het Nederlands, dus zoals bijvoorbeeld tussen persoonlijke voornaamwoorden als mannelijk ‘hij’, vrouwelijk ‘zij’ en onzijdig ‘het’. Dit in het Ombule fundamentele ruimtelijke onderscheid wordt gemaakt tussen begrippen die corresponderen met Nederlands woorden als ‘dat (huis)’, ‘hij, zij’, ‘daar’, ‘naar’, ‘via (bepaalde richting)’, ‘zoals’, ‘komen’, ‘brengen’ en ‘ver, verder dan’. De aanwezigheid van dit soort woorden laat zich goed verklaren uit de bergachtige omgeving waarin het Ombule volk leeft. Deze deiktische termen zijn uitermate praktisch in het opdelen van een natuurlijke wereld waarin alles zich op een bepaalde positie bevindt ten opzichte van een gegeven referentiepunt.