Honderd woorden in de bergen van Nepal

Full text. By Bernadette Dijk, 1999. Appeared in De Limburger, 3 April 1999.

Jean Robert Opgenort uit Sittard leeft drie maanden per jaar bij een bergvolkje in Nepal. Hij schrijft hun zeldzame taal, het Ombule, op en is van de mensen gaan houden. "Ik hoop dat hun taal blijft voortleven."

Vliegen naar Kathmandu, de hoofdstad van het enige hindoeïstische koninkrijk ter wereld. Nepal. Twintig uur met de bus. Dan nog twee dagen lopen, tot zijn voeten kapot zijn. Pas dan komt taalonderzoeker Jean Robert Opgenort (28) aan bij zijn gastgezin in Hilepani, een dorp van nog geen vijfhonderd inwoners in het oosten van Nepal.

"Een verschrikkelijke reis. Je wordt ziek, verliest je stem, weet niet wat voor ziektes over je bord met eten lopen." Ontberingen. Maar hij heeft het er voor over om het Ombule, een zeldzame Himalaya-taal op te schrijven.

De taal is bijna dood. Alleen zo’n vijfduizend bergbewoners spreken het Ombule nog. Opgenort wil de taal bewaren. "Ik hoop dat zij op deze wereld de uitzondering zmogen zijn op de regel dat iedere taal die minder dan tienduizend sprekers heeft, zal uitsterven."

Een lijst van honderd woorden. In 1855 aangelegd door een Britse resident. Dat was het enige dat van het Ombule bestond toen Opgenort eind 1996 voor het eerst afreisde naar het berggebied. Hij sprak alleen Nepalees. Geleerd uit een boekje. De lijst was het enige aanknopingspunt voor de taalonderzoeker, die werd uitgezonden door de Rijksuniversiteit Leiden die deelneemt aan het internationaal Himalaya-talenproject.

Onderweg, tijdens de barre voettocht over heuvels, stenen en dwars door rivierbeddingen, ontmoette hij een bewoner van het Ombule-gebied. "Hij liep met me mee omdat ik in deze contreien niet alleen wilde gaan. Via hem leerde ik mijn belangrijkste informant over het Ombule kennen. Bij dat gezin mag ik nu steeds logeren als ik in Nepal ben."

Inmiddels woont de taalonderzoeker drie maanden per jaar bij het dwergvolkje in Nepal om hun bedreigde taal op te schrijven. Een dorpje van vijftig lemen huisjes, rond een heuvel geschikt en begrensd door twee rivieren die juist daar samenkomen. Niet voor niets betekent Hilepani modderwater. Op het vruchtbare land groeit onder meer rijst, maïs en gierst. Opgenort slaapt op een houten bed in de buitenlucht in zijn dikke slaapzak. Geiten en biggetjes lopen langs zijn bed. "Dat went, net als de pijn aan je botten en de eeltplekken."

Sinds de laatste reis, waar bij vier weken geleden van terugkeerde, is hij opgenomen in de Nepalese familie. Mag hij vader en moeder zeggen. En omdat zijn naam moeilijk is om uit te spreken, noemen ze Jean Robert ‘ons kind uit Holland.’

"Ze zeggen ook wel sergeant, omdat ik net als mij 66-jarige gastheer in het leger heb gezeten. Hij is oud-gurka-soldaat en heeft gevochten in het Britse leger. Om die reden geniet de familie iets meer aanzien. Japanners waren in de Tweede Wereldoorlog behoorlijk bang voor de gurka’s, een soort huurlingenleger. Het geld dat de gurka’s van de Britten kregen was welkom in het arme Nepal."

Jean Roberts gastheer werpt zich ook vaak op om het andere, westerse gedrag van de taalonderzoeker te verklaren tegenover de inwoners van het kleine dorp. Veel van hen hebben nog nooit een blanke gezien en hebben het over ‘die witte’. De gurka heeft als enige wat ervaring met Westerlingen. Maar meestal zet Opgenort zijn ‘vader’ achter de microfoon om zijn verhalen op cassette op te nemen. "Hij kan hele mooie verhaaltjes vertellen, waardoor je meteen meer over de cultuur te weten komt. Door vervolgens vragen te stellen in het Nepalees, leer ik de taal zelf kennen."

Ze leert de onderzoeker Ombule. Klanken, structuur, zinsopbouw en woorden. De taal is nergens opgeschreven. Geen literatuur, geen gedichten. Niemand weet hoe oud het Ombule is, omdat er geen geschreven bronnen zijn. "De Tibetaans-Birmese taalgroep, waar Ombule onder valt, komt oorspronkelijk uit een provincie in China. Van daaruit zijn de talen om het Himalaya-gebergte heen gegaan", vertelt Opgenort. "In het oosten van Nepal heb je de Rai-talen. Die lijken onderling net zoveel op elkaar als Nederlands en Russisch, maar er is wel een taalkundige en culturele verwantschap."

Het Rai-volkje heeft een Mongoloïde uiterlijk. Opgenort heeft foto’s van prachtige mensen. Maar omdat ze anders zijn dan Nepalezen, een Indo-Arisch ras, werden ze altijd onderdrukt. "Ze hebben een ondergeschikte plaats in de Nepalese maatschappij, waar nog steeds een kastenstelsel geldt. Het zijn voorouder-vereerders, sjamanisten. Het volk in onderverdeeld in clans. In het hindoeïstische Nepal worden ze gediscrimineerd", zeg Opgenort.

Juist door die onderdrukking is de taal nu bijna uitgestorven. "Uit schaamte spreken veel mensen hun taal niet meer. Ze dachten dat het Ombule het niet waard is om bewaard te worden. Totdat er een westerse onderzoeker komt, van heel ver, om hun taal te bestuderen. Dat is goed voor hun gevoel van eigenwaarde." Met een glimlach: "Nu geven ze zelfs een blaadje uit in het Ombule. De taal leeft weer."